OpEigenErf — Jouw plek. Jouw mensen. Jouw erf.
Terug naar kennisbank
Familiewoning

Wie mag er in een familiewoning wonen? (eerstegraads familie uitgelegd)

5 min lezen · 9 juli 2026

Niet iedereen die u graag dichtbij zou willen hebben, valt straks onder de familiewoning-regeling. De wet spreekt namelijk specifiek over eerstegraads familie, en dat is een preciezer begrip dan wat de meeste mensen in het dagelijks taalgebruik onder "familie" verstaan. Wie mag er dus wél in een familiewoning op uw erf wonen, en wie niet? Op deze pagina zetten we het overzichtelijk op een rij.

Snel antwoord

  • Eerstegraads familie mag in een familiewoning wonen: uw ouders en uw kinderen, en naar verwachting ook stief- en aanverwanten binnen die eerste graad, zoals stiefouders, stiefkinderen en schoonouders.
  • Broers, zussen, grootouders, kleinkinderen, ooms, tantes, neven en nichten vallen erbuiten — zij zitten in de tweede graad of verder.
  • Gemeenten mogen straks vragen om de familierelatie aan te tonen, bijvoorbeeld met een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP).
  • Twijfelt u of uw situatie onder de regeling valt? Doe de gratis Erf Check voor een eerste inschatting op basis van uw eigen erf.

Wat betekent 'eerstegraads familie' precies?

In de familierechtelijke betekenis telt de graad van verwantschap het aantal stappen tussen twee personen via de directe lijn. Ouders en kinderen staan één stap van elkaar — dus in de eerste graad. Broers en zussen staan, via hun gezamenlijke ouder, twee stappen van elkaar — de tweede graad. Grootouders en kleinkinderen zitten om dezelfde reden ook in de tweede graad. Deze precieze afbakening is waarom de wetgever voor de familiewoning bewust koos voor "eerstegraads": het beperkt de regeling tot de meest directe familiekring, en voorkomt dat gemeenten voor elke denkbare familierelatie een eigen afweging moeten maken.

Benieuwd of jij een woning op jouw erf kunt realiseren?

Doe de gratis Erfcheck en krijg binnen 48 uur inzicht in de mogelijkheden, aandachtspunten en vervolgstappen voor jouw situatie.

Wie mag wél in een familiewoning wonen?

Op basis van het ontwerp dat nu voorligt, vallen de volgende relaties onder eerstegraads familie:

  • Uw ouders (of de ouders van uw partner, als schoonouders in de eerste graad).
  • Uw kinderen (inclusief stiefkinderen).
  • Uw stiefouders, als u zelf uit een samengesteld gezin komt.
  • Het schoonkind, dus de partner van uw kind, als aanverwant in de eerste graad.

Dat betekent dat een familiewoning zowel gebruikt kan worden om een kind dat de woningmarkt niet op komt dichtbij te huisvesten, als om ouders die zelfstandig maar dichtbij willen blijven wonen een plek te geven. Voor de praktische verschillen tussen beide situaties leest u de pagina's over een woning voor uw kind en een woning voor uw ouders.

Wie valt er buiten de regeling?

Buiten de eerstegraads kring vallen onder meer:

  • Broers en zussen (tweede graad).
  • Grootouders en kleinkinderen (tweede graad).
  • Ooms, tantes, neven en nichten (derde graad of verder).
  • Vrienden, huisgenoten of andere niet-familierelaties.

Voor deze groepen blijft in de meeste gevallen een reguliere omgevingsvergunning nodig, waarbij de gemeente zelf beoordeelt of en onder welke voorwaarden een extra woning op uw erf mogelijk is.

Hoe toont u de familierelatie aan?

Gemeenten mogen bij de familiewoning-regeling naar verwachting vragen om de familierelatie te onderbouwen, bijvoorbeeld met een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP), waarop de verwantschap staat vermeld. Dit lijkt op hoe nu al met een mantelzorgverklaring wordt gewerkt bij de mantelzorgwoning, al vervalt die verklaring straks juist als voorwaarde voor de mantelzorgroute. Houd er rekening mee dat de exacte bewijsvoering voor de familiewoning nog niet definitief is vastgelegd; gemeenten kunnen hier in de uitvoering net iets anders mee omgaan.

Telt de partner van uw kind of ouder ook mee?

Verhuist uw kind samen met een partner naar de familiewoning, dan mag die partner naar verwachting gewoon meeverhuizen als onderdeel van hetzelfde huishouden. De woning blijft dan gekoppeld aan de eerstegraads familierelatie met uw kind; de partner woont mee, maar is niet zelf de reden waarom de woning is toegestaan.

Wat als de situatie later verandert?

Verhuist uw kind op termijn weer uit de familiewoning, dan moet ook de volgende bewoner binnen uw eerstegraads familiekring vallen — bijvoorbeeld een ander kind, of uzelf. Verhuur aan derden buiten die kring is naar verwachting niet toegestaan, omdat de vergunningvrije status van de woning juist aan die familierelatie is gekoppeld. Wilt u weten of uw erf ruimte biedt voor meerdere familiewoningen tegelijk, bijvoorbeeld voor een kind én een ouder? Lees dan de pagina over meerdere woningen op uw achtererf.

Let op: het Besluit versterking regie volkshuisvesting is op het moment van schrijven nog niet definitief vastgesteld. De hoofdlijnen rond eerstegraads familie liggen vast, maar de precieze bewijsvoering en uitzonderingen kunnen nog wijzigen. We actualiseren deze pagina zodra er meer duidelijkheid is.

Veelgestelde vragen

Wie valt er onder eerstegraads familie voor de familiewoning? Uw ouders en kinderen, en naar verwachting ook stief- en aanverwanten binnen die eerste graad, zoals stiefouders, stiefkinderen en schoonouders.

Mogen mijn broer of zus in een familiewoning wonen? Nee. Broers en zussen vallen in de tweede graad en zijn naar verwachting uitgesloten van de familiewoning-regeling.

Mogen mijn grootouders of kleinkinderen in een familiewoning wonen? Nee, ook zij vallen in de tweede graad. Voor hen blijft in de meeste gevallen een omgevingsvergunning nodig.

Hoe toont u aan dat het om eerstegraads familie gaat? Meestal met een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP). Gemeenten mogen dit straks opvragen bij de aanvraag of bij controle.

Mag de partner van mijn kind ook meeverhuizen? Naar verwachting wel, als onderdeel van het huishouden van uw kind. De woning blijft dan gekoppeld aan de eerstegraads familierelatie.

Wat als mijn kind verhuist en er iemand anders in de woning trekt? Dan moet ook die nieuwe bewoner tot uw eerstegraads familie behoren. Verhuur aan derden buiten die kring is naar verwachting niet toegestaan.

Veelgestelde vragen

Wie valt er onder eerstegraads familie voor de familiewoning?
Uw ouders en kinderen, en naar verwachting ook stief- en aanverwanten binnen die eerste graad, zoals stiefouders, stiefkinderen en schoonouders.
Mogen mijn broer of zus in een familiewoning wonen?
Nee. Broers en zussen vallen in de tweede graad en zijn naar verwachting uitgesloten van de familiewoning-regeling.
Mogen mijn grootouders of kleinkinderen in een familiewoning wonen?
Nee, ook zij vallen in de tweede graad. Voor hen blijft in de meeste gevallen een omgevingsvergunning nodig.
Hoe toont u aan dat het om eerstegraads familie gaat?
Meestal met een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP). Gemeenten mogen dit straks opvragen bij de aanvraag of bij controle.
Mag de partner van mijn kind ook meeverhuizen?
Naar verwachting wel, als onderdeel van het huishouden van uw kind. De woning blijft dan gekoppeld aan de eerstegraads familierelatie.
Wat als mijn kind verhuist en er iemand anders in de woning trekt?
Dan moet ook die nieuwe bewoner tot uw eerstegraads familie behoren. Verhuur aan derden buiten die kring is naar verwachting niet toegestaan.

Lees ook